|
||
|
BOODSCHAP VAN DE HEILIGE VADER
LEO XIV VOOR DE VIJFDE WERELDAG VAN DE GROOTOUDERS EN OUDEREN [27 juli 2025] Zalig zijn zij die hun hoop niet
hebben verloren (cf. Sir 14,2) Lieve broeders en zusters, het
Jubileumjaar dat we nu beleven, helpt ons te ontdekken dat hoop altijd en op
elke leeftijd een bron van vreugde is. Als die hoop dan nog eens door het
vuur van een lang leven is getemperd, wordt ze een bron van volmaakte gelukzaligheid. De Heilige Schrift laat
verschillende voorbeelden zien van mannen en vrouwen op leeftijd die de Heer
bij zijn heilsplannen betrekt. Denk maar aan Abraham en Sara: ze zijn al oud
en kunnen het bijna niet geloven als God zegt dat ze een kind krijgen. Het feit
dat ze geen kinderen kunnen krijgen, lijkt hun hoop op de toekomst weg te
nemen. Zacharias reageert ongeveer
hetzelfde als hij de aankondiging hoort van de geboorte van Johannes de
Doper: “Hoe kan ik daar zeker van zijn? Ik ben een oude man en mijn vrouw is
al op jaren” (Lc 1,18). Ouderdom, onvruchtbaarheid
en verval lijken de hoop op leven en vruchtbaarheid van al deze mannen en
vrouwen te doven. Ook de vraag die Nicodemus aan
Jezus stelt, wanneer de Meester hem spreekt over een “nieuwe geboorte”, lijkt
louter retorisch: “Hoe kan dat wanneer je al op
jaren bent? Kun je soms nog eens de schoot van je moeder binnengaan om
geboren te worden?” (Joh 3,4). Maar elke keer weer, wanneer het antwoord voor
de hand lijkt te liggen, verrast de Heer zijn gesprekspartners met een reddende
interventie. Ouderen, tekenen van hoop In de Bijbel laat God vaak zien
dat Hij voor de mensen zorgt door zich tot ouderen te richten. Dat gebeurt
niet alleen bij Abraham, Sara, Zacharias en Elisabeth, maar ook bij Mozes,
die op tachtigjarige leeftijd werd geroepen om zijn volk te bevrijden (zie Ex
7,7). Met deze keuzes leert Hij ons dat ouderdom in Zijn ogen een tijd van
zegen en genade is en dat de ouderen voor Hem de eerste getuigen van hoop
zijn. “Wat is deze tijd van ouderdom?” vraagt Sint-Augustinus zich in dit
verband af. God antwoordt hier: “O, laat uw kracht werkelijk verdwijnen,
opdat mijn kracht in u blijft en u met de apostel kunt zeggen: Wanneer ik
zwak ben, dan ben ik sterk” (Super Ps. 70, 11). Het feit dat het aantal
ouderen vandaag de dag toeneemt, wordt voor ons dan een teken van de tijd die
we moeten onderscheiden om de geschiedenis die we beleven goed te kunnen
lezen. Het leven van de Kerk en van de
wereld kan namelijk alleen worden begrepen in de opeenvolging van generaties,
en een oudere omhelzen helpt ons te begrijpen dat de geschiedenis niet
ophoudt in het heden, of alleen bestaat uit vluchtige ontmoetingen en fragmentarische
relaties, maar zich uitstrekt naar de toekomst. In het boek Genesis vinden we
het ontroerende verhaal van de zegen die de oude Jakob aan zijn kleinzonen,
de zonen van Jozef, geeft: zijn woorden sporen hen aan om hoopvol naar de
toekomst te kijken, zoals in de tijd van Gods beloften (cf. Gen 48,8-20). Als het dus waar is dat de
kwetsbaarheid van ouderen de kracht van jongeren nodig heeft, dan is het ook
waar dat de onervarenheid van jongeren het getuigenis van ouderen nodig heeft
om de toekomst met wijsheid vorm te kunnen geven. Hoe vaak zijn onze grootouders
voor ons een voorbeeld geweest van geloof en toewijding, van burgerlijke
deugden en maatschappelijke betrokkenheid, van herinnering en volharding in
beproevingen! Deze mooie erfenis, die ze ons met hoop en liefde hebben
nagelaten, is reden voor oneindige dankbaarheid en trouw. Tekenen van hoop voor ouderen Het jubeljaar is vanaf zijn
oorsprong in de Bijbel een tijd van bevrijding geweest: slaven werden
vrijgelaten, schulden kwijtgescholden, land werd teruggegeven aan de
oorspronkelijke eigenaren. Het was een moment van herstel van de door God
gewenste sociale orde, waarin de ongelijkheden en onderdrukkingen die zich in
de loop der jaren hadden opgestapeld, werden rechtgezet. Jezus hernieuwt deze
bevrijdingsgebeurtenissen wanneer hij in de synagoge van Nazareth de blijde
boodschap aan de armen verkondigt, het zicht aan de blinden, de bevrijding
van de gevangenen en de terugkeer naar de vrijheid voor de onderdrukten (cf. Lc 4,16-21). Als we vanuit dit perspectief
van het jubeljaar naar ouderen kijken, zijn ook wij geroepen om samen met hen
een bevrijding te beleven, vooral uit eenzaamheid en verlatenheid. Dit jaar
is het juiste moment om dat te doen: Gods trouw aan zijn beloften leert ons
dat er een gelukzaligheid schuilt in de ouderdom, een authentieke
evangelische vreugde, die ons vraagt de muren van onverschilligheid neer te
halen waarin ouderen vaak opgesloten zitten. Onze samenlevingen, waar ook ter
wereld, raken er maar al te vaak aan gewend om zo'n belangrijk en rijk deel
van hun maatschappij aan de kant te laten staan en te vergeten. In deze situatie is er een
verandering nodig, die laat zien dat de hele Kerk haar verantwoordelijkheid
neemt. Elke parochie, elke vereniging, elke kerkelijke groep is geroepen om
een hoofdrol te spelen in de ‘revolutie’ van dankbaarheid en zorg, door ouderen
regelmatig te bezoeken, voor hen en met hen netwerken van steun en gebed op
te zetten, en relaties aan te gaan die hoop en waardigheid kunnen geven aan
wie zich vergeten voelt. De christelijke hoop spoort ons altijd aan om meer
te durven, groot te denken en geen genoegen te nemen met de status quo. In
dit geval betekent dat werken aan een verandering die ouderen weer waardering
en genegenheid geeft. Daarom wilde paus Franciscus dat de Werelddag
van de Grootouders en Ouderen in de eerste plaats gevierd zou worden door een
ontmoeting met wie alleen zijn. Om dezelfde reden is besloten dat degenen die
dit jaar niet naar Rome kunnen komen voor een pelgrimstocht, de
jubileumaflaat kunnen krijgen als ze een tijdje op bezoek gaan bij eenzame
ouderen, [...] alsof ze een pelgrimstocht maken naar Christus die in hen
aanwezig is (cf. Mt 25, 34-36). (Apostolische Penitentiaire, Normen voor het
verlenen van de jubileumaflaat, III). Een oudere bezoeken is een
manier om Jezus te ontmoeten, die ons bevrijdt van onverschilligheid en
eenzaamheid. Als oudere kun je hopen Het boek Jezus Sirach zegt dat gelukkig zijn wie hun hoop niet hebben
verloren (cf. 14,2), waarmee wordt gesuggereerd dat er in ons leven – vooral
als het lang is – veel redenen kunnen zijn om achterom te kijken in plaats
van vooruit. Toch schreef paus Franciscus tijdens zijn laatste
ziekenhuisopname: “Ons lichaam is zwak, maar zelfs dat kan ons niet beletten
lief te hebben, te bidden, onszelf te geven, er voor elkaar te zijn, in het
geloof, als stralende tekenen van hoop” (Angelus, 16 maart 2025). We hebben
een vrijheid die door geen enkele moeilijkheid van ons kan worden afgenomen:
die om lief te hebben en te bidden. We kunnen allemaal altijd liefhebben en
bidden. Het goede dat we onze dierbaren
toewensen – onze partner met wie we een groot deel van ons leven hebben
doorgebracht, onze kinderen, onze kleinkinderen die onze dagen opvrolijken –
verdwijnt niet wanneer onze krachten afnemen. Integendeel, vaak is het juist
hun genegenheid die onze energie weer doet opbloeien en ons hoop en troost
schenkt. Deze tekenen van vitaliteit van
de liefde, die hun wortels hebben in God zelf, geven ons moed en herinneren
ons hieraan: “Al gaan wij ook ten onder naar de uitwendige mens, de
innerlijke mens vernieuwt zich van dag tot dag.” (2 Kor 4,16) Laten we
daarom, vooral als ouderen, vol vertrouwen volharden in de Heer. Laten we ons
elke dag vernieuwen door de ontmoeting met Hem, in het gebed en in de heilige
mis. Laten we met liefde het geloof doorgeven dat we al zoveel jaren hebben
beleefd, in het gezin en in de dagelijkse ontmoetingen: laten we God altijd
loven voor zijn goedheid, laten we de eenheid met onze dierbaren koesteren,
laten we ons hart openstellen voor wie verder weg is en in het bijzonder voor
wie in nood leeft. Laten we tekenen van hoop zijn, op elke leeftijd. Vanuit het Vaticaan, 26 juni
2025, LEO PP. XIV Werkvertaling Corine van der
Loos mbv Deepl.com, 15 juli 2025 15e zondag door het jaar, 13
juli 2025 evangelie: Lukas 10,25-37 Deuteronomium 30,1-14. Psalm 69. Kolossenzen 1,15-20 Barmhartigheid is niet “een
optie” Ja, de Barmhartige Samaritaan,
wat moet je erover zeggen? Mensen in nood – je kunt het toch niet over je
hart verkrijgen om die zomaar te laten stikken? [cf. Dt
30,14] Zeker voor ons, christenen, ligt dit voor de hand. Hulp bieden aan hen
die lijden, behoort tot de kernwaarden van het Evangelie: God liefhebben en
je naaste als jezelf – het is de samen-vatting van
de Geboden die ons de weg wijzen naar het geluk dat niet voorbijgaat: “Doe
dit en je zult leven; je staat niet ver af van het Rijk Gods” [Lk 10,28; Mk 12,34]. Maar sinds een week of twee
blijkt dit helemaal niet zo vanzelfsprekend. Zelfs principiële christenen
hebben zich op het standpunt gesteld dat hulp aan gewonde en kwetsbare mensen
strafbaar moet worden als dezen geen geldige verblijfspapieren hebben. Ik weet
niet welk evangelie zij gelezen hebben, maar de werken van barmhartigheid
hebben ze in ieder geval ‘even’ over het hoofd gezien. U kent ze: de hongerigen te eten geven [zònder
op hen te schieten, zoals nu systematisch in Gaza gebeurt], die dorst lijden te
drinken geven, die naakt zijn kleden, vreemdelingen opnemen, die ziek zijn en
in de gevangenis bezoeken [Mt 25,31-46]. “De maat die je voor anderen
gebruikt, zal ook voor jou gebruikt worden” [Lk 6,38]. Onbarmhartig zal het
oordeel uitvallen voor degene die geen barmhartigheid heeft bewezen, maar wie
barmhartig is en daarnaar handelt, wordt niet geoordeeld [Jak 2,13]. Zulke gelovige inzichten maken
wellicht niet zoveel indruk op mensen die alleen maar aan zichzelf denken of
halfbewust vooral met zichzelf bezig zijn, om te genieten of te overleven [Lk
16,19-31 resp. 9,23-25. 17,32v] – totdat zij zelf in de problemen raken en
hulp nodig hebben… Laten we goed kijken naar het
verhaal dat Jezus vertelt in antwoord op de vraag: “Wie is mijn naaste?” In
de joodse traditie is de naaste iemand van je eigen familie en van je eigen
volk [Lv 19,17v]. Maar Jezus rekt dit begrip
“naaste” maximaal op! Voor christenen kan een Samaritaan naaste worden van
een Jood en omgekeerd [vgl. Joh 4,9]; in Christus vervallen alle
scheidslijnen tussen mensen. Ongeacht afkomst, nationaliteit, huidskleur, inkomen,
rang en stand, geslacht, geaardheid en identiteit, gezondheid, leeftijd –
door barmhartigheid te doen kan iederéén naaste worden van iederéén [Lk
10,36v. Kol 3,11 etc]. Wat is er dan voor nodig, om
over die lijnen die mensen van elkaar gescheiden houden, heen te stappen? In
Jezus’ verhaal wordt de brug geslagen tussen de beroofde man en de
Samaritaan, doordat de Samaritaan deze halfdode [Lk 10,30] vreemdeling ziet
en diep geraakt wordt [Lk 10,33]. Zien-en-geraakt-worden door het leed van
een ander [hoe ”anders” die ook is], dàt is de
sleutel; doordat wij innerlijk diep bewogen worden, komen wij ook daad-werkelijk in beweging en steken wij een helpende
hand uit. In het verhaal vernemen wij óók
wat er gebeurt, als wij wel zien, maar niet geraakt worden: de priester en de
Leviet – van wie toch het goede voorbeeld mag verwachten – lopen met een
grote boog om de halfdode man heen; ze laten hem aan zijn lot over. [Juist een Samaritaan, op wie men
destijds neerkeek, voert Jezus op als voorbeeldig: pijnlijk, cf. Lk 10,37a…]
Misschien is dit voor ons een spiegel, ongemakkelijk, herkenbaar. We willen
allemaal wel het goede, oplossingen voor problemen. Maar bij het zien van zoveel
halfdode vreemdelingen op televisie, internet en op straat raken we
afgestompt. Vervolgens steken we de helpende hand niet meer toe. Wij zijn één
van de rijkste landen ter wereld, maar de bed-bad-en-broodregeling [BBB?]
voor daklozen is inmiddels wel afgeschaft! [Wat betekent dan ons beroep op
“de joods-christelijke waarden”?!] En als wij het laten gebeuren, wordt de
volgende stap dat deze vorm van hulp zelfs wettelijk strafbaar wordt, als “de
halfdode” niet de juiste papieren zou hebben… Tot voor kort klonk
“barmhartigheid” menigeen heel vroom of oubollig in de oren, alsof het
zogezegd “niet meer van deze tijd” zou zijn. Maar opeens zijn de werken van
barmhartigheid actueler dan ooit geworden! Ze worden in populaire talkshows
en op YouTube bediscussieerd en dan bestempeld als goed, essentieel
medemenselijk (humanitair, solidair), strikt noodzakelijk, maar eveneens als
gevaarlijk en verkeerd… Barmhartigheid – oprecht geraakt
worden door het leed van de ander en in beweging komen om dat leed te
verlichten – het komt ons gewoon ook niet altijd zo goed uit. Barmhartigheid
doorkruist onze eigen plannen. Die Samaritaan heeft zijn reis ervoor onderbroken.
Het leverde vertraging op en het kostte hem ook wel wat: tijd en aandacht,
hij verzorgde de wonden, zorgde voor huisvesting en gaf financiële steun! [Lk
10,34v] Barmhartigheid is voor ons geen
optie, niet iets wat we kunnen kiezen of niet; ons welzijn en ons heil hangen
ervan af! [nogmaals: Mt 25,31-46] Barmhartigheid is geboden – en wel door
Jezus Christus, in Wie heel ons bestaan verankerd is, aldus de Tweede lezing
[Kol 1,16-18a]. Daarom beginnen de Tien Geboden met de oproep om eerst goed
te luisteren: [Dt 6,4: “Hoor, Volk van God! JHWH is
onze God, de Heer, de Enige!” cf. Dt 30,10. Deze
oproep wordt N.B. niet geciteerd door de Schriftgeleerde in het evangelie…]
In Hem en door Hem spreekt God name-lijk Zichzelf
uit [Kol 1,15.19]. Zo leren wij door te luisteren naar Jezus in het Evangelie
God steeds beter kennen en gaandeweg ontdekken wij wat de bedoeling is van
ons leven. M.a.w., zonder barmhartigheid zijn wij geen waarachtige
christenen, geen waarachtige mensen! Zonder barmhartigheid wordt ons leven
doods [Kol 1,18b] en onvredig [Kol 1,20] – zoals we
dagelijks zien gebeuren, in het groot en in het klein… Tenslotte, als wij het dan echt
willen, kùnnen wij het gebod van de liefde tot God
en de naaste eigenlijk wel volbrengen? De slotwoorden van het boek
Deuteronomium in de Eerste lezing zijn voor ieder van ons bemoedigend [cf. Ps 69,33v]: De geboden die Ik jullie geef, zijn niet te
zwaar voor jullie: Zij zijn niet te hoog gegrepen en zij gaan niet te ver,
want Mijn Woord heb Ik in jullie hart gelegd. Overweeg het daar en spreek en
handel ernaar [Dt 30,11-14 cf. Jr
31,33]. Moge het vieren van deze
Eucharistie ons hiertoe sterken en inspireren: “Doe barmhartigheid en je zult
ten volle leven” [Lk 10,28. Joh 10,10] – nu en hierna. Amen. Pater Mark-Robin Hoogland C.P.,
Provinciaal van de Passionisten in Nederland |
|
|