|
Home | Vieringen | Actueel | Algemeen | Geschiedenis | Pastor Valkering | Gebeden | Koren | Links | Contact |
| PREEK
VAN DE WEEK |
|
door pastor Pierre Valkering Gelezen: uit het Boek der Handelingen van de Apostelen (15) en uit het Marcus-evangelie (10, 35-45). Hoe langer en hoe méér je “bezig bent” met de bijbel, dierbare gasten en parochianen van deze Vredeskerk; hoe intensiever je dat doet – hoe groter de fascinatie voor dat boek (die hele bibliotheek van boeken eigenlijk) wórdt. Hoe groter het mysterie wordt ook. Zo geldt het althans voor mij. Wie is toch die God waar Abraham en Isaak en Jakob en Jezus van Nazareth; wie is toch die God waar zij contact mee hadden, waar ze vól van waren? Wát maakten Sara, Rebekka, Lea, Rachel en Maria, Jezus’ moeder; wat maakten zij toch mee? En Petrus en Johannes en Jakobus en Paulus, mensen, mannen, stuk voor stuk geráákt door Jezus van Nazareth en helemaal in de bán van hem geraakt; wie waren dat toch? Vooral die laatste houdt mij persoonlijk nogal bezig: Wie was toch die Paulus? U weet misschien (of misschien weet U het niet maar dan weet U het nu): “Paulus” begon als “Saulus”. En aanvankelijk was hij een fanatieke vervolger van Jezus’ volgelingen, van “die van de weg” zoals ze eerder in het Boek der Handelingen van de Apostelen, waaruit we ook vandaag hoorden voorlezen; eerder in dat boek, in het negende hoofdstuk worden de christenen “die van de weg” genoemd; “jongens van de weg” en dat klopt ook wel want ze zijn voortdurend onderweg, van hot naar haar; vooral Paulus nadat hij op weg van Jeruzalem naar Damascus, Jezus’ volgelingen achtervolgend; nadat hij op weg daarheen een overrómpelende ervaring heeft gehad: plotseling omstraalde hem een hemels licht, hij viel op de grond en hij hoorde een stém die tegen hem zei: “Saul, Saul, waarom vervolg je mij?” En Saul zei: “Wie bent U dan, Heer?” En de stem antwoordt … “Ik ben Jezus die jij vervolgt …” In Rome, in de kerk van Santa Maria del Popolo, vlakbij de Piazza del Popolo, hangt een fantastisch schilderij uit 1601van de grote schilder Caravaggio, waarop deze gebeurtenis wordt weergegeven. Toen ik begin dit jaar voor drieënhalve maand in Rome was, ben ik vele malen naar dat schilderij gaan kijken. En ik kocht er kaarten van en die kan ik nu dus rond-delen zodat Ú óók een idee kunt krijgen van dat schilderij over de ómmekeer, over die lévensveranderende ervaring van Saulus die Paulus werd … Ja, levéns veranderde Saulus-Paulus zijn ervaring: meervoud! Want niet alleen het leven van de man zélf werd door wat hij meemaakte veranderd, gegrepen als wij werd, héél fysiek, dóór Jezus Christus, maar óók de levens van talloze mensen ná hem raakten getekend door zíjn ervaring. Van fanatiek vervolger en uítroeier van “de mensen van de weg” wordt hij fanatiek promótor van diezelfde Weg van Jezus Christus ... Het fanatieke blijft … De vos verliest wel zijn haren maar niet zijn streken. Saulus wordt Paulus en zal diepgaand en blíjvend zijn stempel drukken op het christelijk geloof – tot op de dag van vandaag. Wij kunnen zijn invloed móeilijk óverschatten. En er zijn niet weínig christenen die dat betreuren omdat ze zeggen: Paulus heeft, met zijn persoonlijkheid, ons zícht op Jezus van Nazareth verengd en veel te éénzijdig gekleurd … Hoe ’t ook zij, veelgeliefden … “Paulus” die naam betekent “klein” of “gering”. Was Paulus soms klein van stuk? En was hij een gifkikker? Ik ken een man die klein van stuk is. Hij heeft een sik. Hij heeft een hele kikkerverzameling en hij heeft een heftig, enigszins opvliegend karakter. Lijkt híj soms op Paulus, qua uiterlijk en qua innerlijk? In de beide schriftlezingen vandaag is sprake van nogal wat frictie, irritatie en diepgaande verschillen onder de leerlingen. Niets nieuws onder de zon dus. Frictie, irritatie, verschillen van mening … het komt in de beste families voor, dus óók in de christelijke …In de eerste lezing wordt vanwege alle moeilijkheden de eerste echte kerkvergadering belegd, het eerste concilie dat de knóóp doorhakt in de moeilijke kwestie die voorhanden is: Moeten de niet-joden zich nu wèl of níet aan de joodse wetten houden? Het antwoord is: nee, dat hoeven ze níet. Plechtig wordt aan niet-joodse christenen meegedeeld: “De heilige Geest en wij … (!) hebben besloten u geen enkele last op te leggen dan alleen wat strikt noodzakelijk is: u moet zich onthouden van afgodenvlees, bloed, verstikt vlees en ontucht …” Ik hoop, veelgeliefden, dat u zich hier aan houdt ... Ik hoop dat U géén verstikt vlees eet … ja, tòch een kwestie was dat die destíjds van het grootste belang werd gevonden, waarvan wij ons echter op heden afvragen: waar gíng dat in godsnaam over? En dan die “ontucht”. Berucht woord! Daar kunnen wij ons al gemakkelijker wat bij voorstellen... Daar kunnen we ons misschien zelfs wel tevéél bij voorstellen … Ontucht … ! Maar: wàt is het wèl? En wát is het níet? Wat wás het vroeger? En wat ís het nu? Interessante vraag. Belángrijke vraag ook. Maar we gaan daar nu niet op in … Want het ging over die frictie, die irritatie, over die verschillen van mening … Als alles achter de rug is (het hele concilie en zo) wil Paulus weer op reis mèt zijn oude reismakker Barnabas. En dan staat er: “Barnabas wilde ook Johannes meenemen, die Marcus heet. Maar Paulus vond het beter hem niet mee te nemen, omdat hij hen al in Pamfilië had verlaten en niet met hen aan het werk was gegaan.” Met andere woorden: Johannes-Marcus had niet méégedaan! Hij had de pijp aan Maarten gegeven oftewel het Paulus en Barnabas destijds alléén laten opknappen. En Paulus was daar nog altijd boos over … En dan staat er: “Het meningsverschil liep zó hoog op” (tussen Paulus en Barnabas) “dat zij uit elkaar gingen.” Ja, zo is dat: als het ónvermogen van mensen om elkaar te bereiken zó groot is dat het werkelijk niet lukt (en dat kan dus óók met een Paulus het geval zijn …); ja, dan zit er eigenlijk niets anders óp dán uit elkaar te gaan … Ook
in het evangelie is men vandaag behoorlijk aangebrand; dat wil zeggen
Jezus’ leerlingen zijn dat vanwege die twee heerlijke naïevelingen
Jakobus en Johannes die al dromen van een plaatsje in God’s koninkrijk,
aan weerskanten van de Heer. Ze krijgen op hun kóp van de anderen
die twee. En waarom? Is ’t nou zó erg wat ze vragen? Elk
kind op school wil toch graag naast de meester of de juf zitten? En
wordt toch verliefd, vroeger of later, op een juf of meester? Jezus
hóórt en ziet áán hóe zijn leerlingen
omgaan met die twee enthousiastelingen. En hij zegt: Doe dat niet! De
“erkende leiders van de volken”, de hotemetoten zeg maar,
díe doen dat: die intimideren mensen, die houden ze onder de
duim, díe geven de mensen op hun kop, letterlijk en figuurlijk;
die deinzen er niet voor terug om mensen die dingen zeggen die hén
niet aanstaan; ze deinzen er niet voor terug om die mensen een kopje
kleiner te maken of de mond te snoeren: Dimmen! “Maar zo is het
onder jullie zeker niet.” “Dit mag bij ú niet het
geval zijn” zei de oude vertaling*. “Wie groot wil worden
onder jullie, moet jullie dienaar zijn; wie onder jullie eerste wil
zijn, moet slaaf van allen zijn.” “En dat betekent niet”,
zo fluisterde vanmorgen vóór het morgengebed collega pastor
Wim Lokkerbol mij toe, “dat betekent niet, dat dienaar-, dat slaaf-zijn
betekent: “De Zonnebloem”, hulpverlening …”.
Maar dat betekent wèl, zei Wim: Mensen de ruimte geven …
“De Zonnebloem” is natuurlijk een fantastische organisatie.
Maar waar het áán komt natuurlijk, voor de vrijwilligers
van De Zonnebloem en voor ons állen als “mensen van de
Weg”. Dat we zó aanwezig zijn en met elkaar omgaan dat
mensen ontdooien, dat ze ópengaan en tot hun recht komen, dat
ze opbloeien en gróót worden, zo groot en mooi, zo strálend
mogelijk … inderdaad: als zonnebloemen. Mogen wij, veelgeliefden,
zulke mensen zijn. Amen.
|