|
Home | Vieringen | Actueel | Algemeen | Geschiedenis | Pastor Valkering | Gebeden | Koren | Links | Contact |
|
VERKONDIGING op 29 september 2002 Door pastor Pierre Valkering Het mysterie van het bestaan Gelezen: Uit het Boek der Spreuken (30) en uit het Mattheüs-evangelie (21, 28-32). God,
mensen, professor Kuitert heeft een nieuw boek geschreven. Professor
Kuitert heeft alwéér een nieuw boek geschreven. Professor
Kuitert. Gereformeerd. Een theoloog, een "god-geleerde". Z'n
hele leven les gegeven op de VU, de Vrije Universiteit, maar nu alweer
flink wat jaartjes met pensioen. Maar professor Kuitert zit niet stil!
Die hééft me toch een boeken zitten schrijven sinds ie
met pensioen is gegaan! En allemaal over God! Maar d'r blijft niet veel
van God over in al die boeken. D'r blijft steeds mínder van God
over in al die boeken. Het begon in 1992 met "Het algemeen betwijfeld
christelijk geloof". Toen kwam hij, in 1994, met "Zeker weten".
Dat boek heeft als ondertitel: "voor wie geen grond meer onder
de voeten voelt". In de inleiding van dat boek schrijft hij, ik
citeer: "(
) ik stort me op de religieuze zekerheden. Bij
vragen in die richting staan vader en moeder (als prototype van alle
anderen) al gauw met de mond vol tanden. "Gaat oma naar de hemel?"
gaat nog wel, oma is tenslotte oma en ze geloofde erin. Maar hoe verder?
Bestaat God? Zwijgen, hakkelen, geen "zeker weten" meer, vader
en moeder zakken door de mand of moeten bekennen (of met kunst- en vliegwerk
verbergen) dat ze géén* houvast hebben, als het daar om
gaat. Ik heb daar wat aan willen doen door voor vader en moeder (en
alle anderen dus) dit boek te schrijven." Einde citaat. Kunnen
we niet beter de tent sluiten? Tevergeefs
wachten Ik las in het lamplicht aan onze keukentafel in de pastorie de bespreking van dat nieuwste boek van professor Kuitert. Wat later op de avond moest ik in de sacristie zijn. Ik doe de deur tussen de pastorie en de kerk open en zie: de donkere kerk, het maanlicht en het licht van de straatverlichting schijnt zwak door de ramen. Er heerst in de kerk een diepe stilte. De godslamp, die de inwoning Gods betekent; de godslamp brandt. En ook branden, hier op de communiebank, de noveenkaarsen die staan voor de gebeden van de gelovigen Ik word er weer even heel sterk door geraakt, overweldigd bijna, door dat mysterie, door het wonder van het kerkgebouw; door het wonder dat eraan ten grondslag ligt. En ik denk: nee, professor Kuitert, en tòch ben ik het niet met U eens Het
leven, de wereld, de kosmos, de mensen
het is méér
allemaal dan je kunt begrijpen en beredeneren. Ook de schrijver van
het Spreuken-boek heeft dat bewustzijn: "Vier dingen begrijp ik
niet: "de weg van de arend door de lucht, de weg van de slang over
de rots, de weg van een schip dwars door de zee en de weg van een man
naar een jong meisje." Het is allemaal méér dan het
is veelgeliefden. En dat "meer" spreekt ons in alles en iedereen
áán en het vráágt om een antwoord. En dat
aanspreken en dat antwoord dat gevraagd wordt, dat is iets heel persoonlijks.
Ík word aangesproken en moet voortdurend míjn antwoord
geven. En de mensen hebben in deze tijd meer wetenschappelijke kennis
dan in vroeger dagen, dat is duidelijk, maar of er in wézen iets
veranderd is? "Ieder woord van God is door het vuur gelouterd ( ). Aan zijn woorden mag je niets toevoegen want Hij zou je berispen en jij zou een leugenaar blijken te zijn" zegt de Spreuken-dichter. Dat "áángesproken-worden" door God - het gebeurt, zonder woorden, in alles wat leeft en ons omringt: "De hemel ontvouwt de glorie van God; het uitspansel zegt: "Ik kom uit zijn handen." Elke dag wordt dat verkondigd, elke nacht opnieuw wordt dat gefluisterd, zonder tong of taal, geen stem laat zich horen; en toch klinkt de boodschap over heel de aarde, reikt dat getuigenis tot het einde van de wereld." Psalm 19 (2-5). De bijbel verwoordt het dus wèl, wat woordenloos verkondigd wordt door alles wat is. In de bijbel klinken woorden die resoneren, die terug-klinken, die gehoor vinden in ons eigen hart. Misschien is er in dat hart ook verzet tegen sommige van die woorden, begrijpelijk verzet soms. Sommige dingen willen we gewoon niet weten. Er zijn dan mensen die spelen gewoon mooi weer en draaien zichzelf en anderen een rad voor ogen. Ze zeggen: "Goed Heer", maar ze dóen niet wat God vraagt. Terwijl er ook mensen zijn die zeggen frank en vrij: "Nee, ik wil niet", maar die doen 't uiteindelijk dan toch. Mensen moeten soms toegeven dat ze er tòch niet omheen kunnen, óm de wijsheid en óm de waarheid van de woorden die in de bijbel opgetekend staan als het woord van God. "Wie is ten hemel opgestegen en weer neergedaald? Wie heeft de wind in zijn handen genomen? Wie heeft het water in zijn kleed gebonden? Wie heeft de grenzen van de aarde vastgesteld? Hoe luidt zijn naam? Hoe luidt de naam van zijn zoon, weet jij het?". Professor Kuitert zegt: "Zo iemand is er niet. Vroeger dachten we dat wel en noemden we die "iemand" "God" - maar "God" dat zijn we eigenlijk zelf." Zo denkt professor Kuitert en zó denken velen mèt hem. Het antwoord van de christelijke kerk is echter: Door en in het mysterie van het bestaan word ik persoonlijk aangesproken. Ik word aangesproken door "iemand" en die iemand heeft zichzelf laten kennen met een naam die "Ik ben er", of: "Ik zal er zijn" betekent. En Jezus van Nazareth was met die Iemand met huid en haar, met lichaam en ziel verbonden. Jezus noemde Hem Vader. En die Vader bevestigde Hem daarin. "Jij bent mijn geliefde Zoon, in wie Ik vreugde vind" (Marcus-evangelie 1, 11). Lieve mensen, er is ten diepste niets mis met dat geloof en u kunt er zich gerust aan toevertrouwen. Amen. |